
De vorige aflevering lees je hier.
De camera zwenkt over het donkere dorp. Langzaam zoomt hij in op de
grote fabriek. Ook daar is het donker. Het regent. Op het dak brandt
neonverlichting: 'O.B. Sinas'. Uit één raam zien we licht komen. De camera
blijft zoomen. Hij zoomt zelfs door het raam. (Wie had dat nou gedacht?)
We zien een chique kantoorruimte. Naast het enorme bureau staat een
leren bankstel, een fauteuil en een salontafel. Aan het bureau zit een
jonge vrouw. Haar blonde haren staan wat sprieterig omhoog. Haar ogen
zijn zwaar aangezet met mascara. Er klinkt een bel. De vrouw staat op en
loopt naar de deur. Die schuift open. Er verschijnt een andere vrouw.
Deze is langer en heeft lang steil donker haar.
"Nicolien!"
"Schrik je?" vraagt Nicolien. "Dacht jij soms ook al dat ik dood was?"
"Dat dachten we allemaal! Laat me je omhelzen!"
De twee vrouwen lopen op elkaar af en omhelzen elkaar. Dan nemen ze weer wat afstand en bekijken elkaar.
"Zo zo, Tineke," zegt Nicolien. "Wie had dat ooit gedacht? Jij, de
directeur van 'O.B. Sinas, de groene gieterfabriek'. Hoe is dat zo
gekomen?"
"Dat gaat je niet zo veel aan, Nicolien." Tineke draait haar rug naar
Nicolien. Die doet een stap dichterbij. Onzichtbaar schenkt Tineke voor
zichzelf een glas whisky in. (Dat wéten we gewoon.)
"Schaam je je voor de manier waarop je carrière hebt gemaakt?" Er
verschijnt een vileine lach op Nicoliens gezicht. "Ben ik de enige die
weet hoe je het bedrijf van O.B. Sitas in handen hebt gekregen? Leep
hoor, om de naam van het bedrijf te veranderen in je favoriete drankje."
"Waarvoor kwam je?" vraagt Tineke kortaf. "Ik heb het druk."
"Maar Tineke toch," zegt Nicolien. Ze legt haar handen op de schouders
van Tineke. "Ik wilde gewoon mijn oude vriendin terugzien, na al die
jaren. We waren toch de beste vriendinnen?"
Tineke neemt een slok. Het blijkt geen whisky te zijn, maar sinas. Dan buigt ze haar hoofd.
"Kom, je weet wat je altijd voor mij hebt betekend," gaat Nicolien verder. "Heb je nooit iemand over ons verteld?"
Tineke draait zich om en kijkt Nicolien diep in de ogen. Nicolien buigt
naar voren drukt haar lippen op die van Tineke. Ze kussen lang en likken
met hun tong langs elkaars lippen.
De camera zoomt uit.
Daglicht. Het regent. Op het dorpsplein is niemand te zien, behalve bij de viskraam. Daar staat één man.
"Van de Tong, doe mij een kibbeling zonder saus." We herkennen Albert.
"Sorry Albert. De kibbeling zonder saus is op. Ik heb alleen nog kibbeling zonder kruiden."
Albert snuift. "Je zaakje stinkt, Van de Tong."
"Dat moet jij zeggen, Albert." De vishandelaar grijnst. "Anita komt nog wel eens bij mijn kraam hier."
"Zwijg me over dat wijf."
"Ze vertelt niet alleen over jullie bedgeheimen, maar ook over die rare familie van je."
"Ik weet niet over wie je het hebt."
"Wou je zeggen dat je het grote nieuws over je tweelingbroer niet eens kent?"
"Sjaak? Wat is er met hem?"
"Tjonge toch, Albert. Wat voor broer ben jij?"
"Vertel op, Van de Tong."
De visboer kijkt schichtig om zich heen. "Van mij heb je het niet," zegt
hij. "De geruchten gaan dat Sjaak is ontsnapt uit de psychiatrische
kliniek."
De camera zoomt in op het gelaat van de geschokte Albert.
Leopold en Willy staan tegenover elkaar. De sfeer is donker en dreigend. Het regent. Leopold houdt een mes in de aanslag.
"Doe dat mes weg," zegt Willy. "Laat ons dit uitpraten. Ik heb zin in gin-tonic."
"Er valt niets meer te zeggen. Jij wilt ermee kappen. Je weet te veel."
"Ik? Ik weet niets. Ik ben maar een eenvoudige werknemer van de
uitgeverij. Oké, met een carrière ernaast. Als je in de showbusiness
werkt, doe je een hoop contacten op."
"Jij hebt inzage in die dossiers." Leopold doet nog een stap dichterbij.
Hij zwaait nog eens vervaarlijk met zijn wapen. "Jij weet alles.
Volgens mij gebruik je het om te verwerken in je laatste
podiumproductie."
"Je bent gewoon jaloers, Leopold."
"Jaloers, Willy? Op jou? Op een totaal mislukt cabaretier? Laat me niet lachen."
"Zie je wel dat ik grappig kan zijn?" De blik in Willy's ogen is volkomen hulpeloos.
"Ik heb de laatste tijd last van buikloop." Anita staat in haar woonkamer.
Bo zit verveeld op de bank. Hij lurkt van een grote bruine joint. "O, je kunt je mest niet ophouden."
"Bo! Zo praat je niet tegen je moeder!"
"Pleegmoeder," verbetert Bo.
Er gaat een telefoon. "Wacht even," zegt Anita. Ze haalt haar mobiel uit
haar tasje en kijkt op het schermpje. Ze kucht, draait zich om en
brengt de telefoon naar haar oor. "Met Analita," fluistert ze zwoel.
Bo zet grote ogen op.
"Goedendag, ja dat kan," gaat Anita verder. "Wat u maar wilt ... daar is
natuurlijk een speciale prijs voor, dat wel. Maar daar komen we wel
uit. Heeft u nog meer bijzondere wensen? .. Ja, dát doe ik ook. Ik heet
niet voor niets Analita. Poepseks? Bij u thuis? Regelt u dan een taxi?
We kunnen ook ergens afspreken... Prima, zie ik u vanavond om negen uur
bij de viskraam op de markt."
Bo schudt zijn hoofd. "Wat een stelletje losers als ouders, heb ik,"
zucht de knul. "Een vader die stapelkrankzinnig is en mijn pleegmoeder
... is een hoer!"
Het beeld toont Anita's gezicht, haar ogen staan verschrikt. Er staan
tranen in haar ogen. Dan wendt ze haar hoofd af. We zien hoe Bo een hijs
neemt van zijn joint. Uit zijn broekzak komen een spiegeltje en een
zakje wit poeder. Het regent.
Nicolien en Tineke liggen in de riante directiekamer van Tineke op een
sofa. Tineke streelt de borsten van Nicolien. Hun tongen draaien om
elkaar heen. Beiden hijgen en kreunen. Dan zien we de deur opengaan.
Geschrokken haalt Nicolien haar hand uit het onderbroekje van Tineke.
Beide vrouwen kijken met grote ogen op. In beeld verschijnt de rug van
een grote brede man.
"Meneer Sitas!" roept Nicolien uit. "Wat doet u hier?"
"Mag ik meedoen?" klinkt een zware stem. We zien hoe de man zijn
overhemd open doet en hoe een moddervette blubberbuik eruit komt
lubberen. Hij wankelt wat op zijn benen. Dan ritst hij zijn gulp naar
beneden.
"Ben je dronken, Oswald?" vraagt Tineke. Ze gaat een stukje opzij, alsof
ze duidelijk wil maken dat de man plaats moet nemen. De man wankelt in
de richting van de sofa.
Plotseling draait Tineke zich om. Ze grijpt een van de flessen wijn die
op een tafeltje naast de bank tegen het raam stonden en slaat hem kapot
op de vensterbank.
"Tineke!" gilt Nicolien. "Wat doe je?"
Rode wijn spettert in het rond. Het grootste deel gaat over de grote man
heen. Dan haalt Tineke uit naar O.B. Sitas. "Goor zwijn!" schreeuwt ze,
terwijl ze keer op keer probeert in te hakken op zijn kruis en de
blubberbuik. "Kankerlijer. Sterf, goor tyfuszwijn!"
Het enorme lijf van de man valt tegen de grond. De seismologen
registeren een aardbeving. Het regent. Terwijl we blijven kijken in de wijd
opengesperde ogen van de dikke man en naar de tsunami van bloed die uit
zijn opengereten buikholte over de vloer stroomt, roept een maniakale
stem: "Kuthoeren!"
Tineke gilt. Er klinkt een schot. Nicolien grijpt naar haar borst. Bloed
welt op uit een groot gat. Ze valt voorover. Het beeld wordt zwart.
(Tijdens de aftiteling verschijnt in beeld: "Volgende keer in 'SOA:p':")
We zien Tinus achter zijn bureau zitten als hij de knal hoort. Hij
probeert op te staan en valt meteen voorover. Op de grond doet hij zo
snel als hij kan zijn broek weer aan. Op het beeldscherm van zijn
computer zien we de beveiligingsbeelden uit de directiekamer. Met zijn
halfharde lul nog uit zijn broek strompelt hij naar de deur. Daar knalt
hij hard tegenaan als die open gaat. "Aan de kant!" horen we nog. Dan
krijgt hij nog een klap.
Vervolgens zien we door de gestaag vallende regen de contouren van de
fabriek. Overal op de parkeerplaats en bij de ingang staan ambulances en
politieauto's. De camera loopt langs een paar mannen die bezig zijn het
enorme lichaam van Oswald B. Sitas in een ziekenwagen te tillen. Het
lichaam past niet goed door de deur en valt verschillende malen op de
natte grond. Even verderop zit Tineke in een politieauto. Ze heeft een
ruwe deken om zich heen. Ze bibbert. Het portier is open. Er staat een
agent bij haar. We zoomen in op de hoofdingang waar we Tinus met een
flink verband om zijn hoofd naar buiten zien komen. Hij wordt
ondersteund door twee agenten. Achter hem lopen vier ambulancebroeders
met een brancard waar een toegedekt lichaam op ligt. Dan horen we een
schreeuw!
"Nicolien! Nee, mijn liefste!" Tineke is uit de politiewagen gesprongen
en rent richting haar dode geliefde. Bij de ambulance probeert een van
de broeders die daar bezig is haar op te vangen. "Pas op!" Hij grijpt
haar arm die glibberig is door de regen. Zijn hand glijdt weg en hij
scheurt het t-shirt van Tineke open waardoor haar naakte borsten te zien
zijn. De broeder probeert haar nog te vangen. Maar het is al te laat.
Ze ziet de dode oud-directeur niet liggen en struikelt over de enorme
vleesberg die in de modder ligt. Dan wordt het beeld weer zwart.
(Uiteindelijk horen we een zwoele mannenstem vragen: “Waarom ging Tineke zo door het lint? En wie schoot er op Nicolien? U krijgt antwoord op uw vraag in het volgende seizoen van 'SOA:p')
Wordt vervolgd.
(Ik zeg maar wat.)
tuvokki en bazbo
Nijmegen en Apeldoorn, april 2011