
De vorige aflevering van 'SOA:p' lees je hier.
Langzaam wordt het regenachtige marktplein licht. Een fel
ochtendzonnetje schijnt op het bord van 'Van de Tong visspecialiteiten'.
De kraam is nog dicht. Een krantenjongen rijdt langs de huizen en
levert bij elk gezin een editie van 'De Regenboog' af. Op de markt is
het stil. In een van de panden langs de markt branden lampen. 'De
Uitgeverij', lezen we op een bord naast de voordeur. De camera pant naar
binnen. In een kantoor zit een man, druk aan het werk met een computer.
Zijn kamer is klein. Er staan twee bureaus in en een aantal kasten met
kabeltjes, dozen met stekkers, tapes en afgedankte rommel, diskettes,
cd's met back-ups en oude harde schijven. De deur gaat open. Er komt een
andere man binnen.
"Willy!" roept de man van achter de computer. "Wat zie jij eruit? Te veel gintonic gezopen, gisterenavond?"
"Praat me er niet van, Leopold Pilzer, en bemoei je gewoon met je systeembeheerderij. Je bent er trouwens vroeg bij."
"Ja, ik doe een aantal klussen waarmee ik de andere werknemers niet wil storen overdag."
"Dan ga je toch naar een ander pand?"
"Grappig, Willy. De baas heeft al een paar keer aangeboden om mijn ongebruikte spullen naar een opslagruimte te verhuizen."
"Waarom doe je dat dan niet?"
"Het klinkt misschien gek, maar ik vind het wel fijn om tussen de troep te zitten. Noem het historie."
"Het klinkt niet alleen gek," zegt Willy. "Het ís ook gek."
"Dank je. Ik zal het maar als compliment beschouwen. Laat je me nu weer lekker werken?"
"Lekker werken. Jij bent écht gek."
Willy verlaat de kamer. We zien Leopold naar zijn scherm turen. Er staat
een voorgangsindicator op iets meer dan 50%. Dan zien we een berichtje
op MSN verschijnen. De camera draait naar het rode, pafferige hoofd van
Leopold. Je kan zien dat hij schrikt. Hij begint te typen.
Plots zijn we in een groentetuin. Sjaak staat te schoffelen tussen de
schorseneren. De zon is al wat meer op. Sjaak draagt geen sokken in zijn
sandalen. Wel een roze broek en een wijde gebreide trui. Zijn lange
haar is grijs en wappert in de wind. Verbeten knijpt hij met zijn
knuisten in de steel van de schoffel.
"Kuthoer," sist hij. "Alles had ik voor je over. Ik verliet er zelfs
mijn vrouw en zoon voor. Bo heeft zijn pokkenpuberteit zonder vader
moeten doen. Zoals je daar voor me stond in het café 'De Kast', zoals je
me betoverde met je mascaraogen en je lieve lach en je godverdomde
leugens. Afslachten, zal ik je."
De camera registreert de maniakale blik in de ogen van Sjaak.
"Tinus, wat zeg je nou?"
Het blijft even stil op het scherm van Leopold. De camera zoomt uit en
we zien het gezicht van Leopold weer. "Sorry, duurde even maar ik moest
even koffie hebben. Je weet best waar ik het over heb," flitst er over
het scherm.
"Tinus, ouwe studiemakker van me. Hoe is het in de Fabriek? Leeft die oude Oswald Sitas nog?"
"Goed. Hij leeft nog, al gaat er volgens mij heel wat mis in de
directiekamers. Ik zie zijn hoofd elke dag roder worden. Jij, dan?
Jammer dat we elkaar nooit zien."
"Ik leef ook nog. MSN-contact is toch genoeg? Ik kom liever niet buiten.
Ik laat mijn boodschappen tegenwoordig bezorgen op mijn werk. Ik woon
hier op nog geen drie minuten vandaan."
"We lullen er lekker omheen zo, hè, Leopold? Krijg ik nog antwoord op mijn vraag?"
Leopold zucht diep en typt even niets in. We zien zijn zweterige hoofd. Hij kijkt naar buiten en staart in de verte.
"Nou?" dringt Tinus aan. Plots zijn we in een heel andere kamer. Een
man, die Tinus blijkt te zijn, typt druk op het toetsenbord. "Of moet ik
je helpen herinneren aan Astrid en jullie zogenaamde relatie? Aan haar
broertje Dirk en hoe ik jullie met elkaar in contact heb gebracht? Mijn
moeder kent iedereen. Ze staat iedere ochtend bij de viskraam de
plaatselijke weetjes door te lullen."
Op de deur van de kamer van Tinus lezen we in spiegelbeeld 'O.B. Sitas -
De Fabriek'. Het kantoor ziet er netjes, strak en opgeruimd uit.
"We hadden meteen in moeten grijpen toen Dirk hier afdelingsmanager
werd," leest Leopold in zijn scherm. "Dit is onze laatste kans! Wat doen
we?"
In het kantoor van Leopold zien we hem met gebalde vuist op tafel slaan, dan typt hij zijn bericht.
"Oké, we gaan er mee door." Weer slaat Leopold op tafel "Stuur de mail maar."
"Goed zo. Je zal er geen spijt van krijgen," typt Tinus terug. Hij klikt
op de 'send'-knop van een mail die hij kennelijk al klaar had gezet.
"Als dat maar goed gaat," fluistert hij. Hij neemt een grote slok
koffie, staat op en loopt naar het raam.
We zien het gezicht van een schitterende vrouw van rond de dertig. Ze heeft een telefoon tegen haar oor gedrukt.
"Tuurlijk houd ik van hem," zegt ze. "Tineke, zoiets zou jij toch moeten
begrijpen... Wat nou: 'zelfmedelijden'? Hou toch op. Jij hebt jarenlang
gevoosd met zijn tweelingbroer, dus jij weet als geen ander wat een
debiele familie het is... O, als je het zo..." De vrouw zucht, haalt de
telefoon van haar oor vandaan en drukt hem uit. We bevinden ons in een
woonkamer. Er ligt een lege champagnefles bij het tafeltje in de hoek
van de kamer. De vrouw snuift en trekt een vies gezicht. "Gadver," zegt
ze. "Wat een lucht. En dat terwijl ik de lakens net gewassen heb."
Nogmaals zucht ze. We zien inmiddels dat ze in nauwelijks meer gekleed
is dan een negligé. Opnieuw pakt ze de telefoon en gaat zitten in het
raam. Ze toetst een nummer en brengt de telefoon naar haar oor. Terwijl
ze wacht, kijkt ze naar de regen die het raam ondoorzichtig maakt.
"Hoi, met Anita."
"Hoi." De stem aan de andere kant van de lijn klinkt enthousiast, alsof de persoon dit telefoontje wel verwacht. "Hoe gaat het?"
"Mwoah, wel goed." Anita zucht nog een keer.
"Heb je al ontbeten?"
"Nee, ik heb geen honger." Ze zuchtte nog maar eens, dit keer iets minder diep. "Zullen we lunchen? Ik moet er echt even uit."
"Dat is goed, ik zie je om half een bij de viskraam."
"Oké," blijft Anita zuchten, "ga jij nu maar zorgen dat Bo naar school komt. Tot straks."
De prachtvrouw loopt naar de andere kant van de slaapkamer. Daar staat
een laptop. Die klapt ze open. Ze gaat op de bureaustoel zitten. Al snel
verschijnt op de desktop een afbeelding van Albert. Hij staat aan het
strand te poseren als een bodybuilder. Zijn erectie is duidelijk
zichtbaar. Anita schuift haar nachtkleed een beetje omhoog en begint
zich te strelen. "Oh Albert, waarom hou ik nog zo van je?" vraagt ze
zich hijgend af. "Waarom ben je zo... ohhh..." Ze buigt voorover en pakt
de champagnefles van de grond. Langzaam brengt ze de koele, gladde hals
bij zich naar binnen.
Terug in de groentetuin. Sjaak staat als een waanzinnige met een steekschop in een berg zand te hakken. "Kuthoer! Kuthoer! Heel mijn leven heb je kapót gemaakt!" krijst hij.
In het kantoor zien we Leopold een lade van een bureau opentrekken. Hij
haalt een fles whisky tevoorschijn. Met trillende handen draait hij de
dop eraf, ondertussen naar het raam lopend. Zijn ogen zijn flets en zijn
pupillen zijn wijd als hij de fles aan de mond zet en grote teugen
neemt. De knokkels van de hand waarmee hij de fles vasthoudt zijn wit.
We zien een traan in zijn ogen.
"Godverdomme," mompelt de dikke systeembeheerder, "niemand kan ermee
stoppen. Het is alsof je een trein probeert tegen te houden."
Anita beweegt de hals van de fles steeds sneller in en uit haar. Ze
voert de spanning meer en meer op. "Godver," steunt ze. "God, wat...
ohhh..." Het beeld vervaagt. We zien wazige flashbacks uit de vorige
afleveringen waarin ze met Albert in bed ligt, waarin ze hem kust op het
strand, waarin ze hem een klap tegen zijn wang geeft. Dan zijn we weer
terug in de slaapkamer. Haar benen beginnen te trillen. Anita brult haar
hoogtepunt van zich af. "Aaaaah, Albert, ik ruik je!" Dan is daar de
ontlading. Ze squirt over het schilderij op de muur en kreunend poept ze de bureaustoel onder. Dan zakken haar
schouders. Ze blijft met de champagnefles in haar hand voor zich uit
zitten kijken, alsof ze een beetje beschaamd is. "Dus dat voelt hij elke
keer," zucht ze zachtjes.
De 'pling' van haar mailgeluid maakt haar wakker. Alsof ze betrapt is
klapt ze het scherm dicht, zonder de binnengekomen mail te lezen. Nog
enigszins verdwaasd begint ze op te ruimen.
(Aftiteling)
Wordt vervolgd.
tuvokki en bazbo
Nijmegen en Apeldoorn, april 2011