Het lot van een madeliefje

Column door diedje90

Mooi bloempje.
Wit bloempje.
Lentebloempje.
Grasbloempje.
Eetbaar bloempje.
Rijgbaar bloempje.

Wat een leven.
Als je eindelijk met je tere kopje boven de grond uit bent gekomen, en je in je volle schoonheid opgericht hebt naar de zon, denk je dat je de alles aankunt. De wereld aan je voeten. Je familie dichtbij. En het enige wat je de hele dag hoeft te doen is zonnen.
Wat een leven.

Maar een leven dat zo mooi begint, kan zo ruw eindigen. Slechts een paar van de keuzemogelijkheden:

1. Omdat je buren, de grassprieten, als kool groeien, moet je meegroeien, om ook nog van de zon te kunnen genieten. En daar is op zich niets mis mee. Als je maar niet op een openbaar plantsoen staat, waar de enige acceptabele hoogte voor grassprieten en ander ongedierte 6 mm is. Het omgekeerde python-effect. In plaats van plateauzolen aandoen om boven de minimale lengte uit te komen, kun je beter knielen richting Mekka. Want voor je het weet komt het eraan. Ronkend. Rokend. Onverbiddelijk.
De grasmaaier.
Voor je neus vergaat je leven. Je vrienden, je familie, alles. Onthoofd.
Als een Franse Revolutie wordt alles en iedereen zonder uitzondering afgemaakt. Een bloedbad. Een hel. En het komt maar dichterbij.
Je wordt nu al achteruitgeblazen door de onzichtbare boeggolf van de wrede machine.
Tot er in luttele seconden een einde gemaakt wordt aan je korte leven.
Dat moet pijn doen.
Death by beheading.

2. Een andere mogelijkheid is wellicht nog esthetischer, maar daardoor niet minder pijnlijk.
Je bent als ras-madeliefje heerlijk standplaatsgebonden. Je hoeft niet terug naar je roots, want je hebt ze nooit verlaten. En dat is maar goed ook. Want de emigratievoorzieningen voor madeliefjes zijn ronduit schokkend. Daarover een andere keer.
Stel je voor. Een lekker dagje, de zon op je gele gezicht, je witte haren wuiven zacht in een warm lentewindje.
dreun
dreun
dreun
Dreun
DREUN
Een kindervoetje doemt op. Verantwoord voetbed. Roze strikjes. Foute boel.
KIJK EENS MAMA
En daar komt het. De onvermijdelijke dood. Een hand nadert je wespentaille.
Genadeloos word je losgerukt van je wensen, dromen, lusten, leven.
Door je al vager wordende blik zie je nog je vrienden in de verte verdwijnen.
Een wit licht.
Alsmaar feller.
Death by starvation and dehydration.

3. Het leven van een madeliefje mag dan misschien een monotone bedoening zijn, de dood zeker niet. Ik zal hier slechts nog uitweiden over een derde mogelijkheid. Het spreekt voor zich dat er ontelbare eindes zijn, net zoals er ontelbare eindes zijn aan een mensenleven.
De derde doodsoorzaak is een klassieker, en misschien wel het bedoelde einde en het bedoelde doel van een madeliefje.
Stel je voor, dat je in een weiland staat.
Heerlijk.
Geen ronkende machines.
Geen kindervoetjes.
Grond met veel voedingswaarde.
Een luizenleven.
Of eigenlijk moet je maar hopen dat er geen luizen zijn. Nare beestjes, en erg onvriendelijk.
De rust.
Maar je weet niet, dat de echte rust nog moet komen.
En dat die zal komen in een vorm die misschien nog wel erger is dan onthoofding of verhongering.
De dood die gebracht zal worden door een organisme groter dan een kind.
En slijmeriger dan een grasmaaier.
Een koeienbek.
Malende tanden.
Het eeuwige gegruis van de onbedoeld opgepikte zandkorrels.
De stank.
Zo moet de hel vast ruiken, denk je als het dier dichterbij komt.
Je standvastigheid zal je de kop kosten.
Wegrennen gaat niet meer.
Je moet en zult gaan.
Naar binnen, naar beneden.
Die warme bek in.
Waar je schedel gekraakt wordt, je botten gebroken.
Je bloed spuit in het rond en van een geur van hel is geen sprake meer.
Er is nergens meer sprake van.
Eeuwige rust.

Zo zie je maar weer, onderschat het leven van een onschuldig bloempje niet.
Wat zo makkelijk en lui kan lijken, heeft ook zijn slechte kanten.
Elke medaille heeft zijn achterkant en elk voordeel heb z'n nadeel.
De wijze les van vandaag.
De moraal van dit verhaal.